Rendement op een verhuurd pand: BAR, NAR en ROI uitgelegd
Bij vastgoedbeleggen kom je al snel drie afkortingen tegen: BAR, NAR en ROI. Ze lijken op elkaar maar meten iets anders - en wie ze door elkaar haalt, vergelijkt panden die niet vergelijkbaar zijn. Hieronder het verschil, in gewoon Nederlands.
BAR: bruto aanvangsrendement
De BAR is de simpelste en meest gebruikte eerste indicatie: de jaarhuur gedeeld door de koopsom.
BAR = jaarhuur ÷ koopsom
Een pand van €300.000 met €21.000 jaarhuur heeft een BAR van 7%. Handig om snel aanbiedingen te vergelijken, maar de BAR houdt geen rekening met kosten: geen leegstand, geen beheerkosten, geen onderhoud, geen financiering. Twee panden met dezelfde BAR kunnen dus heel verschillend presteren zodra de werkelijke kosten meetellen.
NAR: netto aanvangsrendement
De NAR corrigeert daarvoor: hier trek je de exploitatiekosten (leegstand, beheerkosten, onderhoud, VvE-bijdrage, verzekering) van de jaarhuur af voordat je deelt - en je deelt door de totale investering (koopsom + alle bijkomende kosten, waaronder de overdrachtsbelasting), niet alleen de koopsom.
NAR = netto exploitatieresultaat ÷ totale investering
De NAR ligt daardoor altijd lager dan de BAR, en is een eerlijkere maatstaf om panden onderling te vergelijken - vooral als het ene pand veel groter onderhoud of hogere overdrachtsbelasting met zich meebrengt dan het andere.
ROI: return on investment
De NAR zegt nog niets over de rentelasten. De ROI doet dat wel: dat is de netto cashflow (na aftrek van de rente op de financiering) gedeeld door de totale investering.
ROI = netto cashflow na rente ÷ totale investering
Dit is het kengetal dat het dichtst bij "wat levert dit pand mij werkelijk op" komt, omdat financiering er nu ook in meetelt. Let op: dit is iets anders dan cash-on-cash-rendement, waarbij je dezelfde netto cashflow deelt door alleen je eigen inbreng in plaats van de totale investering - cash-on-cash komt daardoor meestal hoger uit, omdat een deel van de investering met geleend geld wordt gedaan.
En de ICR dan?
Naast rendement kijkt elke geldverstrekker ook naar risico: kan de huur de rentelasten wel dragen, ook als er een periode leegstand is? Dat heet de interest coverage ratio (ICR) - de huur gedeeld door de rentelasten. De meeste verhuurhypotheek- verstrekkers eisen een ICR van minimaal 1,25: de huur moet de rente dus met een comfortabele marge kunnen dekken. Een lage ICR beperkt in de praktijk vaak de maximale financiering, ook als de LTV-toets (verhouding lening/waarde) meer zou toestaan. Lees meer over hoe deze toetsen precies werken op de pagina verhuurhypotheek en rente.
Zelf uitrekenen
Pandendoorrekenen berekent BAR, NAR, ROI, cash-on-cash en de ICR-toets automatisch, op basis van actuele verhuurhypotheekrentes - plak een aanbod en je hebt binnen twee minuten een compleet beeld.
Klaar om een pand door te rekenen?
Het kost je twee minuten om een compleet plan in handen te hebben.
Start berekening